Modellen - Het Landingsmodel
Waar breekt de route tussen bedoeling en beweging?
Het Landingsmodel is geen vertrekpunt van mijn verhaal, maar wel een belangrijk hulpmiddel binnen de methode.
Het helpt zichtbaar maken waarom dezelfde bedoeling bij verschillende mensen anders landt en waar de route tussen inhoud en beweging breekt.

De zes stappen
Eén situatie, zes vragen, één lus.
Je legt het model niet over een organisatie, maar langs één concrete situatie: dit bericht, deze verandering, deze voorziening, deze mensen.
1
Kan het landen?
Taal, tijd, aandacht, stress, vaardigheden, toegang en gelegenheid. Zonder deze voorwaarden begint het niet.
2
Wat telt hier?
Vooruitgang, regie, zekerheid of verbinding - vier landingsrichtingen die bepalen wat iemand belangrijk vindt.
3
Hoe wordt het beoordeeld?
Op de kern, op bewijs, op de ervaring van iemand als jij, in gesprek of door het zelf te proberen.
4
Hoe staat iemand erin?
Open, aarzelend, afwachtend, sceptisch of afwerend - nu, in deze situatie, niet als karakter.
5
Wat ontwerp ik anders?
Taal, toon, volgorde, bewijs, kanaal, timing, stapgrootte en ondersteuning.
6
Landde het?
Bereikt, opgemerkt, begrepen, relevant, vertrouwd, haalbaar, gekozen, geprobeerd, volgehouden.
Vier landingsrichtingen
Wat telt voor deze mens, hier en nu?
Landingsrichtingen zijn geen persoonlijkheidstypen. Ze zeggen iets over wat in deze situatie het zwaarst weegt. Kleur staat nooit alleen: het woord staat er altijd bij.
Wat telt: Vooruitgang
Wat levert het op, en wanneer merk ik dat?
Wat telt: Regie
Houd ik zelf de keuze en het tempo?
Wat telt: Zekerheid
Wat blijft, en wie helpt me als het misgaat?
Wat telt: Verbinding
Hoor ik erbij, en doet mijn inbreng iets?
Lage belasting is geen vijfde richting maar een ontwerpvoorwaarde: maak de route zo eenvoudig mogelijk zonder de mens tekort te doen.
01 - Kan het landen?
Verwijder eerst de frictie. Maak het mogelijk.
Voordat betekenis, bewijs of overtuiging iets doet, moet het praktisch kunnen. Deze negen voorwaarden bepalen of iemand überhaupt aan de route begint.
Lage belasting is geen vriendelijkheid maar een ontwerpvoorwaarde: maak de route zo eenvoudig mogelijk, zonder de mens tekort te doen.
Taal
Begrijpt iemand de woorden die wij gebruiken?
Tijd
Is er ruimte in de dag om hier aandacht aan te geven?
Aandacht
Concurreert dit met tien andere dingen op hetzelfde moment?
Stress
Is er hoofd voor een nieuwe keuze, of overleeft iemand de week?
Vaardigheden
Kan iemand doen wat wij vragen, digitaal en praktisch?
Toegang
Is de route feitelijk bereikbaar: kanaal, loket, apparaat, taal?
Gelegenheid
Bestaat er een moment waarop dit past in iemands leven?
Vertrouwen
Is er genoeg basis om een eerste stap te durven zetten?
Lage belasting
Hoeveel kost de eerste stap in tijd, moeite en gedoe?
03 - Hoe beoordeelt iemand dit?
Vijf routes naar een oordeel.
Iedereen beoordeelt anders. Bied daarom keuze in diepte, vorm en bewijs - in plaats van één versie voor iedereen.
Kern
Vertel me wat ik moet weten.
Bewijs
Laat me zien waarom dit klopt.
Ervaring
Laat me het zien of proberen.
Gesprek
Laat me vragen stellen en afwegen.
Bron
Wie zegt dit, en waarom kan ik die vertrouwen?
04 - Hoe staat iemand erin?
Houding is een momentopname, geen karakter.
Dezelfde mens staat morgen anders in hetzelfde onderwerp. Het doel is niet iemand indelen, maar bewegen richting open en meebewegend.
Van open naar afstand - en terug. Elke stap terug is informatie, geen verlies.
Open
Nieuwsgierig, positief, bereid om te verkennen.
Aarzelend
Twijfelt, wil meer weten, zoekt bevestiging.
Afwachtend
Neutraal, kijkt de kat uit de boom.
Sceptisch
Twijfelt aan nut, noodzaak of betrouwbaarheid.
Afwerend
Afwijzend, geen interesse, wil niet.
05 - De tien leefstijlen
De herkenningslaag achter houding en gedrag.
Leefstijlen zijn geen hokjes. Ze helpen begrijpen wat iemand belangrijk vindt, wat werkt in communicatie en welk pad past bij deze persoon.
Aanpakker
Actie, concreetheid, tempo, resultaat.
Ambitieuze
Ontwikkeling, prestatie, vooruitgang.
Optimist
Kansen, energie, perspectief.
Voorzichtige
Overzicht, details, houvast.
Vertrouwde
Continuïteit, herkenbaarheid.
Aarzelaar
Twijfel, bevestiging, kleine stap.
Scepticus
Bewijs, transparantie, controleerbaarheid.
Dwarsligger
Autonomie, principes, grenzen.
Verbinder
Relatie, samenwerking, gezamenlijkheid.
Afzijdige
Afstand, weinig gedoe, eenvoudige ingang.
06 - Wat ontwerpen we anders?
Van inzicht naar concrete aanpassingen.
Kleine aanpassingen op deze elementen zorgen dat het weer kan landen. Zelden is een heel nieuw plan nodig.
Taal
Andere woorden, minder jargon, dichter bij de leefwereld.
Toon
Van instructie naar uitnodiging, of omgekeerd.
Volgorde
Wat eerst? Vaak niet de regel, maar de reden.
Bewijs
Cijfers, een voorbeeld, of iemand als jij.
Kanaal
Waar bestaat iemands aandacht werkelijk?
Timing
Het juiste moment in iemands week, niet in ons proces.
Stapgrootte
Maak de eerste stap zo klein dat hij bijna niets kost.
Ondersteuning
Wie helpt als het toch niet lukt?
07 - Landde het?
De landingsladder als meet- en leersysteem.
Waar verloor je iemand? Ga terug naar de vorige stap en pas daar aan.
Meten is leren: landingen verbeteren door continu bij te stellen.
- 1Bereikt
- 2Opgemerkt
- 3Begrepen
- 4Relevant
- 5Vertrouwd
- 6Haalbaar
- 7Gekozen
- 8Geprobeerd
- 9Volgehouden
De hele plaat
Het Landingsmodel in één overzicht.
Van begrijpen naar doen. Van boodschap naar beweging. Alle zeven blokken, de tien leefstijlen en de landingsladder op één plaat - bruikbaar in een sessie, presentatie of aan de wand.

Volgende stap
Wil je het model langs jullie situatie leggen?
Beschrijf één situatie waarin iets niet landde. Dan laat ik zien welke stap in de route ontbrak.

